"Mijn muur verdwijnt, waar LICHT verschijnt, VERLICHT de horizon,  daar waar U SCHIJNT, word ik gekroond, tot koningsdochter, kind."

Mijn muur beschermt,
mijn eigen ik,
een eenzaam, doof gevoel,
vrouw, meisje, diep verstopt in mij,
omhulsel van wat over is,
door leegte overspoeld.

Mijn muur staat,
waar ik staande blijf,
ik niet verdwijn in niets,
slachtoffer van vernedering,
beroofd van waardigheid,
de toekomst, leeg bestaan.

Mijn muur weerhoudt,
die ander, jij,
een pantser om mijn hart,
waar jij, voorbij mijn eigen grens,
ik niet verdragen kan,
vertrouwen, te dichtbij.

Mijn muur beperkt,
mij vrouw te zijn,
zoals ik ben bedoeld,
bestaansgrond slechts een leugen is,
gevangen en verstrikt,
geketend als bezit.

Mijn muur toont,
slechts mijn buitenkant,
maar als je mij echt ziet,
ontdek je dat mijn lichaamstaal,
een doffe spiegel is,
de sleutel naar mijn zijn.

U ziet mijn muur
U kent mijn angst,
veroordeling voorbij,
om wie ik ben,
of wat ik deed,
Het Kruis geneest, vergeeft.

Mijn muur vervaagt,
wanneer Uw LICHT,
mijn kille hart verwarmt,
mijn tranen droogt,
mijn wonden heelt,
waar liefde pijn omarmt.

Mijn muur valt om,
wanneer U STRAALT,
zelfs door het duister heen,
een ander mens mijn leven kruist,
een sprankje hoop, getuigenis,
LICHT SCHIJN dwars door mij heen.

Mijn muur verdwijnt,
waar LICHT verschijnt,
VERLICHT de horizon,
daar waar U SCHIJNT,
word ik gekroond,
tot koningsdochter, kind.

LICHT
STRAAL
SCHIJN
VERLICHT