"Wat heb ik nu te bieden dan enkel en alleen mijn kant van het verhaal? Wat is Gods roeping voor mij?"

In 1 Koningen 17 lezen we hoe God Elia roept om naar het Oosten te gaan. Nog niet zo lang geleden voelde ik me ook geroepen door God; ‘Ga solliciteren bij de Lume Sprekers Academy. Jij gaat spreken en je inzetten voor Lume.’ Ik besloot gehoor te geven aan die oproep, schreef een brief, stuurde een filmpje in… en werd uitgekozen! Nog steeds vind ik het wonderlijk en mooi dat ik werd uitgekozen en de opleiding volgde. Ik zie hierin echt de leiding van God; Hij riep mij en voorzag, zoals Elia van drinken en voedsel werd voorzien.

Is het mijne genoeg?

Tijdens de opleiding van de Lume Sprekers Academy maakte ik een mooie talk. Inmiddels hield ik deze nu drie keer voor diverse vrouwengroepen. Dat ging goed en alle keren kreeg ik mooie woorden en waardering. En toch voelde het niet oké. Die complimenten zijn natuurlijk fijn, maar daar gaat het mij niet om. Ik wil dat zout en licht zijn, maar wie ben ik dat ik anderen vertel over God? Wat heb ik nu te bieden dan enkel en alleen mijn kant van het verhaal? Mijn talk is maar een klein stukje van hoe ik God zie en ervaar. Hij is zoveel groter. Is dat wat ik kan wel genoeg om dat duidelijk te maken? Heb ik genoeg in huis om zijn liefde écht uit te dragen? Ik vind het zelfs al moeilijk om thuis in mijn gezin Gods liefde over te brengen, laat staan bij anderen? God, ik denk dat U een fout heeft gemaakt…’

Hij voorziet

Net als de weduwe in Sarefat, heb ik maar een klein beetje meel en een drupje olie. Daar is toch geen brood van te bakken? Toch zegt God tegen Elia: ‘Ga naar de weduwe, neem daar je intrek en zij voorziet je van voedsel.’ Hoe dan? Het is al haast niet genoeg voor de weduwe en haar zoon, toch moet ze het uitdelen aan Elia. De weduwe doet toch wat Elia van haar vraagt. Ze ging naar huis en maakte eten. Ik denk dat ze dit deed, omdat Elia tegen haar gezegd had dat de God van Israël het van haar vroeg. Die God riep haar om voor Elia te zorgen en Hij zou voorzien. De meel in de pot zou niet opraken en de oliekruik niet leeg raken. Daar vertrouwde zij op en er was meel in de pot en de oliekruik raakte niet op.’ ‘Het gebeurde overeenkomstig het Woord van de Heer.’ (1 Koningen 17: 16)

Nauwelijks iets bij te dragen… en toch!

Dat zette mij aan het denken. Wat een groot geloof! Het kleine beetje wat ze had, gaf ze weg in het vertrouwen dat God zou doen wat Hij had gezegd. God stuurde Elia niet zomaar naar haar toe en maakte geen inschattingsfout. Hij riep haar niet om het vele wat zíj te bieden had, maar wist al dat Hij door het geringe van haar heen zou werken om zo voor hen alle drie te zorgen. Zij had nauwelijks iets bij te dragen, dat wist ze. De vrouw handelde in geloof en vertrouwen, omdat ze ook wist dat de God van Israël een grote God was, waarvoor niets onmogelijk was. Die God van Israël is ook onze God, is ook mijn God. Als Hij mij roept om met het beetje wat ik heb in Zijn Naam op weg te gaan, dan vertrouw ik erop dat Hij werkt. Zelfs door mij heen. Ik hoef het niet zelf te doen. Hij doet het. Dus ik ga op pad, zeker wetend dat Hij voorziet.

Gebed bij jouw roeping:

Heer, als U mij roept, laat mij dan gelovend gehoorzamen. In het vertrouwen dat U voorziet en mij laat stralen. Dan ben ik, door U, een lichtend licht en zoutend zout. Dank U wel, dat U geen fouten maakt en dat U van mijn karige beetje, heel veel moois kan maken. Zelfs nog meer dan ik ooit had durven dromen. Amen.