Maar hoe kon ik vorm geven aan een geloof wat zo tegen alles in leek te gaan wat ik eerdere geloofde?

“Er was een tijd dat ik vrij stellig was over geloof en de wetenschap. Op de middelbare school leerde ik over hoe de wereld in elkaar zat. Van de lessen biologie en geschiedenis tot scheikunde en natuurkunde. De wereld leek geordend door de wetenschappelijke theorieën die het fundament vormden voor alles wat wij kennen. Er is ook zoveel bewijs ontdekt wat die theorieën steunt, dat het zorgde voor een gevoel van zekerheid; een bevestiging dat we juist zitten.

Verklaring voor goden

Ik kreeg ook het vak ‘antieke culturen’ als onderdeel van mijn (gedeeltelijke) gymnasiumopleiding. Hier leerde ik over de Griekse en Romeinse goden. Docenten vertelden mij dat we in die tijd nog zoveel minder wisten over hoe de wereld in elkaar zat. Toch geven we als mensen niet graag toe dat we iets niet weten, en dus zocht men naar een verklaring. Zo wisten mensen niet waarom het onweerde, dus dat moest wel een god zijn. Zo ontstond Zeus: god van de donder. Hetzelfde gold voor de onderwerpen: zee, liefde, oorlog, etc. De Grieken en Romeinen hadden geen tekort aan goden. Wanneer er iets gebeurde wat ze niet konden verklaren, konden ze het altijd afschuiven op hun grillen.

Zoektocht naar houvast

Deze uitleg van de oorsprong voor de Griekse en Romeinse goden werd de basis van hoe ik voortaan zou kijken naar geloof. De Griekse en Romeinse goden werden achterhaald op het moment dat de bliksem verklaard kon worden, we leerden hoe stormen op zee werden veroorzaakt en we erachter kwamen welke sociale en biologische factoren een rol spelen wanneer we verliefd worden. Goden waren niet meer nodig om deze dingen te verklaren; we hadden de wetenschap. Ik zag, naarmate we meer en meer konden verklaren, dat de wetenschap het geloof leek te verdrijven. Toch zag ik ook dat, net zoals in de tijd van de Grieken en Romeinen, men bleef zoeken naar houvast waar de wetenschap die (nog) niet kon bieden. Wat niet te verklaren viel, viel toch voor sommigen onder ‘het lot’ of ‘de wil van God’. Naar mijn mening wachtte ze er gewoon op om ingehaald te worden door de wetenschap. Ik wist alleen niet hoe lang het zou duren.

Confrontatie

Uiteindelijk kwam in mijn leven toch het geloof op een meer confronterende manier op mijn pad. Hierdoor werd ik gedwongen om kritisch te kijken naar alles wat ik voorheen als waarheid hield. Ik zag redenen voor het geloven in een God. Maar hoe kon ik vorm geven aan een geloof wat zo tegen alles in leek te gaan wat ik eerdere geloofde? Moest ik alles overboord gooien?

Zoeken naar waarheid

Zo begon mijn zoektocht naar de waarheid. Ondanks dat ik merkte dat ik wilde geloven in God, merkte ik ook dat ik nog steeds veel zag in bijvoorbeeld de evolutietheorie en ‘the big bang-theory’. Het voelde haast verkeerd om dit te willen. De Bijbel zegt toch iets heel anders? Ben ik dan ‘fout’ bezig als ik hier logica in zie? Ik wist: Jezus is de weg, de waarheid en het leven. Toen besefte ik me dat de wetenschap en het geloof eigenlijk hetzelfde doen: zoeken naar waarheid. Als ik zocht naar de waarheid, dan kon dat toch niet fout zijn? Als Jezus werkelijk de waarheid is, dan kan de wetenschap ons uiteindelijk alleen maar leiden naar God. Daarom kunnen de wetenschap en geloof denk ik nooit werkelijk elkaar tegenstanders zijn.

Toen besefte ik me dat de wetenschap en het geloof eigenlijk hetzelfde doen: zoeken naar waarheid.

Genesis als poëzie?

Het bleek voor mij een proces om de wetenschap en het geloof te kunnen verenigen. Maar naarmate dat ik er meer over las en er met mensen over sprak, kwam ik erachter dat er ruimte is binnen het geloof. Tenslotte doen we allemaal ons best om juist te interpreteren wat God ons wil vertellen door Zijn Woord en de Heilige Geest. Zo zien sommigen het scheppingsverhaal als een rapportage van wat er letterlijk is gebeurd. Anderen zien Genesis als een poëtisch werk waar creatieve vrijheden zijn genomen waardoor het niet letterlijk hoeft te worden genomen.

Goed overbrengen

Dit deed me denken aan diezelfde lessen antieke culturen waarbij ik leerde over de ‘dactylische hexameter’: een versvoet voor epische gedichten. Om de verhalen over hun goden mondeling goed te kunnen overbrengen in een tijd zonder geschrift, werd er een lied van gemaakt met de ‘dactylische hexameter’ als ‘ritme’ om zo de verhalen te onthouden. Het verhaal van Genesis is al zo oud, dat het me niet zou verbazen als dit verhaal op eenzelfde manier is doorgegeven. Misschien was het geen historische weergave, maar een poëtisch verhaal over hoe God het begin was van al het moois wat wij aanschouwen: het licht, de aarde, de bomen, de dieren en de mens.

God als ontwerper?

Ik kreeg een andere visie. God werd in mijn hoofd meer een ontwerper dan een alles besturende oppermacht. Eigenlijk vond ik het wel iets briljants. Want stel dat (en ik zeg niet dat ik dit zeker weet ,maar ik zie er bewijs voor en houd een open gedachtegang) de theorie over de oerknal waar is, hoe gaaf is het dan dat je als God met een enkele knal iets in gang kan zetten wat een heel universum creëert waarin zich planeten vormen en waar leven kan ontstaan? Hoe gaaf is het als God de ontwerper is van al die natuurwetten die ons universum bij elkaar houden en orde geven? Hoe gaaf is het als God de evolutie had bedacht zodat leven altijd de mogelijkheid zou hebben om zich aan te passen aan de wereld om zich heen?

Zo perfect

Een vriend van mij die een bèta-studie volgt aan de universiteit is wel gelovig opgevoed en vertelde mij eens over zijn worsteling rond wetenschap en geloof. Er waren momenten dat hij twijfelde. Maar hij vertelde me ook over een college waar hij te horen kreeg dat alles wetenschappelijk gezien wel zo perfect heeft moeten samenvallen, dat het juist leek alsof er een hogere hand aan het werk was.

Open minded

Natuurlijk wil ik je niet overtuigen van mijn visie, maar ik wil je uitdagen, ook vanuit de mogelijk lastige vragen die je hierover kunt krijgen, hier met een open gedachtegang naar te kijken. Daarbij mag er ook ruimte zijn voor twijfel. Dat trof me op een ander platform, lazarus.nl, waar ik veel gelijkdenkenden tegenkwam. Wat me daar positief opviel, is dat christenen elkaar er de ruimte gaven om te twijfelen, te speculeren en hun hart te luchten over waar zij anders over dachten. Het is van harte aan te raden, mocht je het gevoel hebben dat jij hier ook wat aan kunt hebben!

Wat belangrijk is

Ondanks dat ik het nodig had om deze twee werelden bij elkaar te brengen om te kunnen geloven, merk ik momenteel dat ik er helemaal niet zoveel mee bezig ben. Het heeft voor mij zoveel minder waarde om te weten hoe de wereld is ontstaan ten opzichte van hoe ik nú een goed leven kan lijden en er kan zijn voor de mensen om me heen. God helpt me daarbij. Dat is wat belangrijk is. Dat ik de rest niet helemaal zeker weet, is voor mij aanvaardbaar geworden. Het is iets wat ik in het midden kan en mag laten. Dat maakt mij geen minder christen naar mijn mening.

Ruimte bieden

Wellicht is dit niet alleen een blik in mijn gedachten van vroeger en nu. Misschien zijn er ook mensen in jouw omgeving, gelovig of niet, die wel eens nadenken over het ontstaan van alles. Sommigen kunnen wellicht het geloof en de wetenschap wel samen zien, maar anderen misschien niet. Ik hoop dat je hen vooral de ruimte wil geven. Laat een ‘clash’ tussen geloof en wetenschap niet de reden zijn waarom een ander God niet kan leren kennen. Er is ruimte in geloof, als je het maar wil zien er voor open wil staan. Die ruimte kan jij bieden, voor jezelf en voor een ander, en dat is heel waardevol.

Zet de wetenschap jou ook wel eens aan het denken over hoe de schepping verliep? Wat maakt dat jij hierin gelooft wat jij gelooft?

Meer weten over dit soort thema’s? Neem eens een kijkje op websites als www.degrotevragen.nl of www.lazarus.nl